De poten van de duivel

De vloertegels in De Librije zijn de originele tegels. Hier en daar zijn er afdrukken in te zien, zo te zien van hondenpoten. Het is bekend dat Herman Berner een slechte relatie had met de leverancier van de tegels en dat die leverancier slechte tegels zou hebben geleverd. Maar die pootafdrukken zijn niet van een hond, ze zijn van de duivel. Luister…
Jaromir en de HellehondEr was eens een arme student; hij heette Jaromir. Met een lege maag liep hij door het land, toen hij ineens aan de kant van de weg de staart van een koe zag liggen. Verderop lagen twee paardenpoten. Jaromir propte ze in zijn ransel en ging opgewekt verder, want hij had een idee.
Een eindje verder was een herberg. Jaromir trad binnen en gedroeg zich alsof hij een belangrijk personage was. Hij at en hij dronk en eiste op hoge toon een bed in een kamer. En hij moest de volgende morgen bijtijds gewekt worden!!
De waard, die rekende op een stevig bedrag, klopte vroeg op de deur, hoorde niks en keek voorzichtig. Wat schrok de man. Hij zag een staart en een paar hoeven. Ik heb de duivel onder m’n dak, dacht hij. Toen wat later Jaromir verscheen en om de rekening vroeg, zei de waard dat het hem een genoegen was geweest de geëerde heer als gast te hebben gehad. Dus kon Jaromir vertrekken zonder te betalen.

Maar de duivel houdt er niet van als een ander zich voor hem uitgeeft en dat zou Jaromir weten.
Veel later kwam Jaromir naar Lochem. Hij was intussen Franciscaner monnik geworden en hij was allang vergeten wat er zich ooit in een herberg had afgespeeld. De duivel heeft een beter geheugen. Toen Jaromir Lochem binnen reed, begonnen klokken te luiden. Hij meende dat dat voor hem was, maar het bleek al snel dat de klokken nog niet gewijd waren. Boos riep hij dat Satan de klokken hebben mocht. De duivel nam ze mee, maar zonder klepels. De klokken kwamen terecht waar nu de Duivelskolken zijn en de klepels werden Jaromir naar het hoofd geslingerd. Die riep, voor hij wordt getroffen, nog de aartsengel Michaël aan en toen lag hij daar voor dood. Op het allerlaatste moment had St. Michaël de klepels nog een kleine wending gegeven, zodat Jaromir alleen maar zwaar gewond was. Uit dankbaarheid beloofde Jaromir voorlopig niet alleen op vrijdag, maar ook op dinsdag te vasten.
Toen hij genezen was, ging Jaromir naar Zutphen om in de Librije wat boeken te raadplegen. Hij had echter verzuimd om tegen de nonnetjes, die voor zijn eten zorgden, te zeggen dat voor hem ook de dinsdag een vastendag is. En het is dinsdag als hij in de Librije zit te studeren. Daar komt een nonnetje binnen, met een kippetje en weg is ze weer. Met de geur van het kippetje in de neus zit Jaromir op zijn bank te schuiven en de sleutel valt op de grond. Jaromir bukt zich en grijpt de sl.., nee het kippetje, en voor hij het beseft, neemt hij een hap. En daar is ineens de duivel in de gedaante van een helse hond. Hij springt op Jaromir af en met kip en sleutel verdwijnt hij en sluit de deur af. Het bewijs is nog te zien: de duivelse pootafdrukken.